Bosbeesten inspiratie
Ga op zoek naar takken of stukken schors met oogjes, oren, pootjes, een staart, vleugels een bekje, .....
Schrijf een kort verhaaltje of gedicht over je Bosbeest
Om je bosbeest nog meer tot leven te wekken kun je er een (kort) verhaaltje of gedicht over schrijven.
Hoe dan?
- Probeer zo vrij mogelijk allerlei woorden en zinnetjes in je te laten opkomen die te maken hebben met je beest en schrijf die op. Alles is goed.
- Je kunt de vragen hieronder gebruiken om kenmerken van jouw beest te verzamelen. Gebruik ze om je fantasie op gang te helpen. Verzin er maar op los! Je antwoorden kunnen de basis zijn voor jouw verhaaltje of gedicht.
Eigenschappen en karakter
- Waar is jouw beest goed in?
- Kan het (supersnel of juist heel langzaam) rennen, vliegen, klimmen, springen, zwemmen, graven, koppeltje duikelen?
- Is jouw beest slim, lief, gevaarlijk, ijdel, lui, knettergek, onhandig, creatief?
- Kan jouw beest goed of slecht zien, horen, ruiken, proeven of voelen?
- Kan het dansen, zingen, muziek of geluiden maken?
- Heeft jouw beest lef, is het een opschepper, is het verlegen, is het angstig, een avonturier, bescheiden, zachtaardig, streng?
- Is het aanhankelijk, hartstochtelijk, eigenwijs, trots, dapper, achterdochtig?
Uiterlijk
Wat valt je op?
- Heeft jouw beest pootjes, ogen, vleugels, staart(en), een nek, oren?
- En zijn die groot, klein, kort, lang, dun, dik?
- Heeft het klauwen, een gewei, een vacht, veren, huid, schubben, een schild?
- Heeft jouw beest (veel of weinig) kleur?
En ook ...
- Wat eet jouw beest?
- Wat voor geluid maakt het?
- Kan het praten en wat voor taal spreekt het dan?
- Ruikt het lekker of stinkt het?
- Leeft jouw beest op het land, in de lucht, in het water, onder de grond? Of overal?
- Heeft jouw beest een beroep?
- Komt het van onze planeet?
- Leeft het alleen of in een groep?
Verzin jij nog andere dingen?
Verhaaltje of gedicht
- Gebruik deze aantekeningen om er een verhaaltje of gedicht van te maken. Het hoeft niet lang te zijn. Schrijf bijvoorbeeld een verhaaltje van 10 regels (op lijntjespapier is handig).
- Of schrijf een van de dichtvormen die hieronder beschreven worden.
Vrij dichten
Je bepaalt helemaal zelf hoe je gedicht eruit komt te zien.
- Geen rijm, wel rijm of rijm je af en toe?
- Volgen rijmende regels elkaar op of liggen ze ver(der) uit elkaar?
- Schrijf je korte en/of lange regels?
- Gebruik je bestaande woorden?
- Verzin je niet-bestaande woorden?
- Maak je een lang of een kort gedicht?
- Of misschien een gedicht van maar één woord?
Rondeel
Een rondeel is een dichtvorm met enkele herhalende regels. Hierdoor ontstaat een ritmisch gedicht. Je schrijft eerst losse regels. De volgorde ervan bepaal je daarna. Zo zet je het gedicht ‘in elkaar’. Een rondeel heeft acht regels. Omdat een paar regels worden herhaald, heb je maar vijf verschillende regels nodig.
Schrijven en samenstellen van het rondeel
- Gebruik je aantekeningen om een stuk of acht regels te schrijven.
- Maak de regels niet langer dan 8 - 10 woorden.
- Kies de 5 regels uit die jij het beste, leukste of grappigste vindt en zet die in de volgorde die voor jou klopt. Volg het onderstaande regelschema.
- Lees het gedicht hardop voor voor jezelf en luister of het lekker loopt. Misschien wil je daarna nog woorden veranderen of regels omwisselen.
Regelschema
- regel 1 : ook op 4 en 7
- regel 2 : deze ook op 8
- regel 3 : komt maar 1 x voor
- regel 4 : zelfde als regel 1
- regel 5 : komt maar 1 x voor
- regel 6 : komt maar 1 x voor
- regel 7 : zelfde als regel 1
- regel 8 : zelfde als regel 2
Voorbeelden van Rondelen:
Andere dichtvormen
Er zijn nog meer soorten gedichten. Sommige dichtvormen zijn best ingewikkeld. Hier 2 voorbeelden van gedichten met eenvoudige regels.
Elfje
Een elfje bestaat uit 11 woorden en 5 regels.
Regel 1: 1 woord, regel 2: 2 woorden, regel 3: 3, regel 4: 4 en regel 5: 1 woord. Bij een elfje kan elke regel een zelfstandige zin zijn of het is één lange zin. Een voorbeeld:
rennen
door het
lange zachte gras
ik kan niet wachten
nu
Acrostichon
Een vreemd woord vind je niet? Het komt uit het Grieks. Kies een woord of een heel kort zinnetje, dat bij de beelden in jouw boekje past en zet alle letters onder elkaar. Schrijf nu een gedicht met deze beginletters. Maak korte zinnen. Een voorbeeld:
De dag gaat soms zo rap als een slak,
Als ik speel of lees gaat ie met gemak,
Gruwelijk snel, als een Luipaard.
Na zo’n dag slaap ik als een Luiaard,
Aan dromen geen gebrek,
Cheetahs springen in mijn nek,
Herten snuffelen aan mijn armen en
Tachtig zwijntjes komen mij verwarmen.